Met grote zorg en liefde bewerken mensen de grond en planten bloemen. Ze weten dat ze hier tijdelijk wonen, dat hun toekomst onzeker is. Ze kunnen hun leven niet plannen, maar ze planten bloemen. Dat geeft het gevoel dat je tenminste íets nog zelf in handen hebt.
Aan de straat verderop hebben de buren een kas neergezet. Daar hebben ze komkommers, tomaten, groente en kruiden geplant. Ooit heb ik ook zeker mijn eigen kleine moestuin, maar voorlopig zorg ik voor mijn kleine tuin. Ik kies planten bij elkaar op kleur en vorm, zoek potten in dezelfde stijl. Dit is mijn hoekje van rust, schoonheid en esthetiek.
De kinderen rennen vrolijk en zorgeloos over de camping, verzinnen steeds nieuwe spelletjes. Hun aanstekelijke gelach, geschreeuw en vrolijke kreten kondigen plechtig aan: de voorjaarvakantie is begonnen! Twee weken vol gezelligheid, feestelijke drukte, het begin van het barbecueseizoen, ontmoetingen met vrienden, muziek, liedjes en goed humeur.
Ik haal een paaspakket en ga op bezoek bij mijn buurvrouw met wat lekkers. Haar zoon is vier, ze woont alleen met het kind, er is niemand die haar helpt. De jongen is dolblij met de cadeautjes en traktaties, laat me trots zijn nieuwe tekeningen zien, maar één tekening schuift hij opzij. Dat is precies die tekening die hij niet wilde laten zien. Hij tekent hem, verkreukelt hem, gooit hem weg. En begint opnieuw. Op die tekening wil hij zijn gezin tekenen, maar het lukt niet. Al meer dan een jaar woont hij met zijn moeder in een veilig land, en al meer dan een jaar spreekt hij zijn vader alleen via de telefoon. Al die tijd maken zijn ouders ruzie. En hij wil die gesprekken niet meer, want daarna huilt zijn moeder altijd. Hij wil zijn gezin tekenen, maar het lukt niet: daar is zijn vader boos en zijn moeder verdrietig. Heel binnenkort wordt zijn eerste taal het Nederlands, en met zijn eigen vader zal hij misschien met een accent spreken. Als hij überhaupt nog met hem zal spreken…
Niet ver van mij woont nog een moeder met een kind. Haar zoon is anderhalf. Hij werd een paar maanden voor de oorlog geboren. Nu loopt hij al stevig, hand in hand met zijn moeder, maar hij kent de warmte en kracht van vaders armen niet. Zijn ouders hebben het zwaar met de scheiding en afstand, maar ze proberen constant contact te houden, zoveel als mogelijk is. Elke avond vertelt zijn vader hem via videogesprek een verhaaltje voor het slapengaan. Zo verloopt zijn kindertijd: met een lieve, zorgzame moeder — en een vader in het telefoonscherm. Deze jongen kent geen vaderlijke nabijheid. Zijn vader leert hem niet fietsen, gaat niet met hem vissen. Hij heeft zijn eerste woord niet gehoord, zijn eerste stap niet gezien. Hij kan gewoon niet naast hem zijn — hem omhelzen, troosten, strelen. Alleen het koude scherm, alleen de stem — dat is alles wat ze nu hebben. Ooit zullen ze elkaar ontmoeten. Hoe oud zal de jongen dan zijn? Hoe zal die ontmoeting zijn? Als die er komt…