Nog steeds laat me het gevoel niet los dat ik in een film terecht ben gekomen – maar dan aan de andere kant van het scherm. Poppenhuisachtige huizen, oude kathedralen, smalle mysterieuze steegjes. De koude stenen van middeleeuwse kastelen bewaren geheimen van een heldhaftig verleden en ik weet dat ze ooit tegen mij zullen spreken. Maar voorlopig zwijgen ze trots, bekijken me aandachtig, testen mijn veerkracht en peilen de ernst van mijn bedoelingen.
Ik wandel graag door de oude stad en lees de plaquettes op historische gebouwen. Ik ben blij als een kind, wanneer ik in de tekst een bekend woord herken. Die vreugde vervliegt snel als ik besef dat dit woord meerdere betekenissen heeft. Dan lijken de strenge muren van gotische kerken me indringend aan te kijken en te vragen: “Nou, heb je je bedacht? Durf je een van de moeilijkste talen aan?” Ik neem die uitdaging aan en ga opnieuw achter mijn studieboeken zitten.
In een van zulke oude gebouwen volg ik mijn Nederlandse les. Samen met mij studeren er een bekende jazzmuzikant uit de VS, studenten uit Engeland, India en China, kennismigranten uit Colombia en Venezuela en een vrouw uit Turkije die ik nooit zal vergeten. Zij is psycholoog, heeft een PhD, heeft jarenlang in de VS gedoceerd, spreekt vloeiend Engels en Duits en is moeder van drie kinderen. Ze kwam met haar man naar Nederland – hij geeft les aan een universiteit – en zij besloot Nederlands te leren. In dit verhaal lijkt niets uitzonderlijks te zijn, behalve één ding: ze is blind.
De eerste keer dat ik zag hoe ze met haar stok de smalle, steile trap naar de tweede verdieping beklom, op de tast haar laptop aansloot en met haar handen de teksten las, was ik met stomheid geslagen. Tegenover de immense kracht van deze vrouw lijkt al het andere onbeduidend. Ze leeft in haar eigen bijzondere wereld die ze alleen met haar innerlijk oog ziet, maar dat heeft haar er niet van weerhouden succes te bereiken, een carrière op te bouwen, meerdere talen te leren en in een nieuw land opnieuw te beginnen. Door naar haar te kijken, begreep ik dat al onze beperkingen vooral in ons hoofd bestaan, en dat er eigenlijk niets onmogelijk is. Ze werkte net als iedereen aan het programma, rondde de cursus succesvol af en slaagde voor alle toetsen.
Ik blijf Nederlands leren. Het programma wordt steeds moeilijker en hoe verder ik kom, hoe zwaarder het wordt. Soms lijkt het alsof er complete chaos in mijn hoofd heerst en dat ik nooit de scheidbare werkwoorden onder de knie zal krijgen, en dat de lidwoorden “de” en “het” een onmogelijke opgave zijn. Ik ben moe van mijn werk, ik heb niet altijd energie om volop te studeren, ik geef toe aan zwakte en begin mezelf te sparen. In zulke momenten denk ik aan die sterke, geweldige blinde vrouw. En dan schaam ik me – schaamte om mijn zelfbeklag, mijn luiheid, mijn zwakte. Deze bijzondere vrouw heeft mij een waardevolle les geleerd.
Echt, - elke persoon die wij op ons pad tegenkomen, is onze leraar.